Wetenschappers hebben de voor- en nadelen van de 13-wekenecho onderzocht. Eind september zal de Gezondheidsraad een advies uitbrengen aan de regering over de permanente invoering van deze extra echo.
Van tijdelijk onderzoek naar permanente invoering
Promovendi Eline Lust van het UMC Utrecht en Kim Bronsgeest van het LUMC spraken voor hun promotieonderzoek met ouders die hun kind vroeg of laat hebben laten aborteren, als onderdeel van het onderzoek naar het nut van een 13-wekenecho. Deze werd tijdelijk voor onderzoeksdoeleinden ingevoerd in 2021. Nu zal de Gezondheidsraad op basis van de gemaakte bevindingen eind september een advies uitbrengen aan de regering over het mogelijk permanent toevoegen van de 13-wekenecho aan de bestaande prenatale testen en echo’s.
De 20-wekenecho geeft een “onprettige tijdsdruk”
Met de 20-wekenecho bestond volgens de onderzoekers een ‘probleem’: wanneer daarbij een afwijking werd ontdekt, ervoeren ouders vanwege de abortusgrens van 24 weken “geen prettige tijdsdruk”. De 13-wekenecho moet bepaalde afwijkingen eerder aan het licht brengen, zodat ouders de informatie volgens onderzoeker Lust “in alle rust” kunnen wegen. Die vroege duidelijkheid is echter betrekkelijk: bij 59,1% van de doorverwijzingen bleek na vervolgonderzoek geen afwijking aanwezig, of de bevinding verdween vóór 24 weken. Voor deze ouders bracht de echo dus juist onzekerheid mee. Van de kinderen bij wie wél een afwijking werd bevestigd, werd ongeveer de helft geaborteerd. Daarbij ging het niet uitsluitend om levensbedreigende afwijkingen.
Onderzoekers spreken zelf over ‘het kind’
Vaak gebruiken medici, onderzoekers en abortusvoorstanders termen als ‘vrucht’, ‘foetus’ en andere verhullende of over technische taal. Bronsgeest concludeerde dat bijna negen op de tien afwijkingen die na een normale 13-wekenecho bij de 20-wekenecho alsnog werden ontdekt, rond dertien weken nog niet detecteerbaar waren. “Het kind is dan maar zeven centimeter groot, bij twintig weken zeventien. Niet alles is bij dertien weken zichtbaar, of moet zich nog ontwikkelen.” Het is opvallend dat zij duidelijk spreekt over ‘het kind’ en niet over ‘de foetus’. Ook Lust maakte een ‘opvallende’ constatering. Zij stelde: “Veel vrouwen die de baby voelen bewegen, ervaren hechting.”
Hevige rouw
Deze hechting die moeders met hun kind beginnen te voelen, maakt de abortus logischerwijs emotioneel zwaarder. In de groep late abortussen, na een 20-wekenecho, ervoer een op de drie na een half jaar nog hevige rouw. In de vroege groep, na een 13-wekenecho, ervoer een op de zes hetzelfde. Het is opmerkelijk dat dit benoemd wordt, gezien abortusvoorstanders vaak steigeren bij het bespreken van rouw of abortustrauma. Een latere diagnose maakt het besluit zwaarder, wat logisch is gezien er meer hechting is ontstaan tussen de moeder en het kind. Lust benadrukt: “De impact is in beide groepen substantieel. Het blijft een grote gebeurtenis.” En dat is het. Maar waarom blijft onze samenleving dan aandringen op het onzichtbaar maken van het kind?
Eerdere abortus als ‘voordeel’ van een 13-wekenecho?
De onderzoekers spreken zelf duidelijk over ‘het kind’ en ‘de baby’. Ze verhullen dus niet dat abortus het leven van een kindje beëindigt. Juist daarom is hun positieve houding tegenover de 13-wekenecho zo opmerkelijk: die moet ouders eerder duidelijkheid geven, zodat zij gemakkelijker voor abortus kunnen kiezen. Zo wordt een sterkere hechting tussen moeder en kind voorkomen. De keuzevrijheid van de vrouw krijgt daarmee voorrang boven het behoud van het kinderleven.
Prenatale screening wordt steeds vaker een selectie
Dit past in een grotere trend in de Nederlandse zwangerschapszorg. De NIPT-test werd geïntroduceerd om afwijkingen op te sporen bij het ongeboren kind. Het resultaat? Na een positieve combinatietest of NIPT, gevolgd door prenatale diagnostiek, werd 86% van de kinderen met downsyndroom geaborteerd. Nu moet er volgens onderzoekers een extra echomogelijkheid komen om eventuele afwijkingen op te sporen net als bij de NIP-test. Wie onder de veronderstelling is dat dit slechts ten bate komt van betere prenatale zorg, komt bedrogen uit. Er wordt veelal gesproken over het voordeel van het feit dat het ouders ‘tijdswinst’ geeft en abortus emotioneel makkelijker maakt.
“Hoe druk je in geld uit wat informatie waard is?”
De permanente invoering van de 13-wekenecho zal geld kosten. Voor Lust en Bronsgeest mag dat prijskaartje echter niet doorslaggevend zijn. “Iets kan dan wel zoveel kosten, maar vinden we dat het waard?”, vraagt Lust. Bronsgeest voegt daaraan toe: “Hoe druk je in geld uit wat informatie waard is waarmee ouders zelf een keuze kunnen maken?” Maar die informatie blijft niet zonder gevolgen. Na de invoering van de 13-wekenecho steeg het aantal zwangerschapsafbrekingen vóór 18 weken na prenatale screening van 411 naar 554: 143 extra vroege abortussen. Een stijging van 34,8%.
Wel screening vooraf, maar onvoldoende ondersteuning achteraf
Dat legt een pijnlijke maatschappelijke prioriteit bloot. Voor screening die afwijkingen eerder opspoort en abortus eerder mogelijk maakt, mag het prijskaartje kennelijk niet doorslaggevend zijn. Tegelijkertijd kampt de kraamzorg met aanhoudende tekorten en ontbreekt het gezinnen die een ziek of gehandicapt kind verwachten vaak aan voldoende praktische, psychologische en financiële ondersteuning. Waarom bestaat daar niet dezelfde vastberadenheid? Een samenleving die werkelijk voor ouders wil zorgen, maakt de weg naar abortus niet gemakkelijker, maar staat naast moeder en kind en helpt gezinnen het nieuwe leven te ontvangen en te verzorgen.
Cultuur van de dood
De 13-wekenecho staat niet op zichzelf. Prenatale screening kan worden gebruikt om tijdig gerichte zorg voor moeder en kind voor te bereiden. Maar zodra een vroegere en emotioneel minder belastende abortus als winst wordt voorgesteld, dreigt screening te veranderen in selectie. Een geconstateerde afwijking geeft dan niet alleen aanleiding tot extra zorg, maar ook tot de vraag of het kind nog wel geboren mag worden. Dat de medische begeleiding daarbij niet altijd als neutraal wordt ervaren, blijkt uit een Nederlandse enquête uit 2024. Daarin gaf 39 procent van de ondervraagde ouders die prenataal een aanwijzing voor downsyndroom kregen, aan zich onder druk gezet te hebben gevoeld om de zwangerschap af te breken. Hieruit blijkt het suïcidale karakter van een samenleving die de dood verkiest boven de zorg voor kwetsbaar leven: zij ondermijnt haar eigen toekomst en kan uiteindelijk niet voortbestaan.
(met toestemming overgenomen van Stirezo)
De 13-wekenecho en andere screeningsmethoden kunnen veel onrust veroorzaken.
Vroeger was er geen gratis echo en vertelden vrouwen aan de verloskundige dat ze niet precies de datum wisten van hun laatste menstruatie. Hierdoor kregen ze dan gratis een echo waarmee de zwangerschapsduur werd bepaald. Terwijl het die vrouwen eigenlijk alleen ging om het fotootje van hun kindje
Later werd aan elke zwangere standaard een 20-wekenecho aangeboden. Dat leek leuk, totdat er ‘iets bijzonders’ te zien was bij het kind. Als er afwijkingen van het normale waargenomen worden, dan wordt standaard een abortus aangeboden. Terwijl ook dan geen zekerheid is over de interpretatie van de beelden. Second opinion en vervolgonderzoek verhogen de stress. Of als er een twee- of drieling te zien is, wordt de vraag gesteld of je wel twee of drie kinderen tegelijkertijd wilt. Ook dan wordt de druk tot abortus opgevoerd. En de tijd van je zwangerschap die een fijne periode moet zijn, komt onder druk te staan door de onzekerheid en twijfel.
Nu de gratis 13-wekenecho beschikbaar is, wordt de druk van onzekerheid nog verder opgevoerd. Want de beelden en waarnemingen zijn nog minder duidelijk. Toch wordt er gelijk alarm geslagen. Wat doet die stress van de moeder met de gezondheid van het kind?
Uit een analyse van bijna 130.000 zwangere vrouwen is gebleken dat bij ongeveer 1,3 procent (1.690) een mogelijke afwijking werd gezien waarna verwezen werd naar het ziekenhuis. Ongeveer de helft van deze groep kreeg vervolgonderzoek, waarna soms een diagnose werd gesteld en soms alsnog bleek dat het kind gezond was[1].
Op een beurs spraken we een keer een patholoog anatoom die te vroeg geboren en overleden kinderen onderzocht. We vroegen hem of hij ook wel eens kinderen op tafel kreeg die geaborteerd waren vanwege een negatieve screening. En ja dat kwam voor. Nadat we de vraag stelden: gebeurd het ook wel eens dat de screening het mis heeft en het kindje wél gewoon gezond was? Hij zei: “ja veel te vaak”. En hij liep hoofdschuddend weg.
[1] Utrechtse onderzoekers brengen voor- en nadelen van 13-wekenecho in kaart – Het laatste nieuws uit Utrecht



