Misinformatie over abortus loopt de spuigaten uit!

Er wordt heel veel geschreven over abortus. Columnisten zijn er maar druk mee. De ene columnist overdrijft nog harder dan de andere om abortus maar geaccepteerd te krijgen als een normale medische ingreep. Sophie van Gool in het Financiële Dagblad[1] spant de kroon.

Deze onderstaande reactie op haar column is aangeboden aan het Financieel Dagblad, maar de redactie wilde het niet plaatsen. Daarom hier op de site alsnog een weerlegging van de column.

Van Gool legt de vinger bij de onveilige abortussen waarvan volgens de Wereld Gezondheidsraad (WHO) er in Europa jaarlijks bijna de half miljoen zouden plaatsvinden: 483.000 onveilige abortussen. Dit getal is door het Europese Burger Initiatief MyVoice, MyChoice naar buiten gebracht en zou gebaseerd zijn op een publicatie van de WHO. Op de website van de WHO staat te lezen dat 45%[2] van alle abortussen wereldwijd onveilig zouden zijn, waarbij ik de onderbouwing daarvan even buiten beschouwing laat. Dit percentage is gebruikt om binnen Europa, waar de gezondheidszorg uitermate goed geregeld is, het aantal onveilige abortussen te berekenen. Dit is absoluut misleidend en zet de lezer volkomen op het verkeerde been! Europa is geen derde wereld land waar  ‘onveilige’ abortussen zouden plaatsvinden.

Vervolgens schrijft Van Gool dat jaarlijks mensen uit onder andere Malta naar Nederland komen omdat abortus op Malta verboden is. Echter de afgelopen jaren werd Malta in geen enkele jaarrapportage van het ministerie van VWS genoemd als land waar vrouwen vandaan komen om in Nederland abortus te plegen. Wel werden Duitsland, Frankrijk, Spanje, Ierland, België en de BES gemeenten uit het Caribisch gebied genoemd, maar dus geen enkele keer Malta!

Van Gool probeert haar column kracht bij te zetten door steun te zoeken bij emeritus hoogleraar Trudy Dehue. Dehue is degene die in eerdere artikelen beweerde dat de forse stijging van het aantal abortussen in Nederland, 27% in de afgelopen drie jaar, te wijten is aan de registratie van zogenaamde overtijdbehandelingen[3]. Die zouden de afgelopen jaren als een abortus worden meegeteld in de jaarrapportages en voorheen niet. Uit de jaarrapportages blijkt juist dat deze vanaf 1990 al worden meegeteld[4]. Dehue is niet echt een betrouwbare bron.

Als toppunt beweert Van Gool dat de abortuspil in de eerste weken van een zwangerschap een ‘bevruchting ongedaan’ kan maken. Wederom absolute onzin. De abortuspil is in Nederland toegestaan tot 9 weken zwangerschap. Zes tot twaalf dagen na de bevruchting vindt de innesteling van het embryo in de baarmoeder plaats. Bij tweeëntwintig dagen na de bevruchting begint de hartslag. Een week[5] later zijn de aanleg voor de longen, de ogen, de nieren, de maag, de aorta, de lever allemaal al aanwezig, zo zien we op de site van het Universitair Medisch Centrum Amsterdam. De abortuspil maakt geen bevruchting ongedaan, maar beëindigt een uniek nieuw mensenleven met een hartslag!

Ze gaat haar column verder met de opmerking dat abortus nog steeds in het Wetboek van Strafrecht staat. Waarmee ze aangeeft dat dat fout is. Laat abortus nu juist in het WvSr staan ter bescherming voor de vrouwen tegen illegale onveilige abortussen, waar ze haar column mee begon.

En als afsluiter geeft Van Gool aan dat mannen (maar ook veel vrouwen, KvH) zeggen dat ze ‘het leven’ willen beschermen. Maar daarbij gaat het, volgens Van Gool, nooit om het leven van de vrouw. Echter bij de voorstanders van abortus gaat het altijd om het recht van de vrouw, baas in eigen buik, maar het ongeboren kind met een kloppend hart blijft angstvallig buiten beeld. Dat nieuwe mensenleven wordt door elke abortus zijn of haar toekomst ontnomen. Gesprekken van pro-lifers met ongepland zwangere vrouwen beginnen dan ook altijd met “Wat heb jij nodig om voor je kindje te kunnen gaan?” Zowel haar kindje als zij krijgt alle aandacht.


[1] Abortuszorg in Europa: eigen keuze voor de vrouw – of toch niet?

[2] Abortion

[3] Stijging abortussen niet met één verklaring te vangen | Trouw

[4] Jaarrapportage Wet Afbreking Zwangerschap 2005 pagina 15

[5] Over de derde en vierde week van een embryo weten onderzoekers nog verrassend weinig | Trouw