De ongelovige ‘pro-lifer’; bestaat die?

Het idee dat een kind meer is dan een soort non-persoon was niet altijd vanzelfsprekend. Dan heb ik het nog niet zozeer over de rechten van kinderen om bijvoorbeeld geen zware arbeid te hoeven verrichten of het recht op scholing, maar nog een stuk fundamenteler. Het recht op leven was, zeker voor pasgeboren kinderen, voor veel mensen niet gelijkwaardig aan die van volwassenen. De oudheid geeft er blijk van dat Europa lange tijd het toneel was van grote onderwaardering van het kind als autonome individu. Gelukkig is dat tegenwoordig heel anders. Hoewel… misschien niet helemaal.

De grillen van de menselijke standaard
Met de komst van het christendom werd een kentering in gang gezet die, volgens veel historici (Bakke, 2005) belangrijk was voor kinderen. Schrijver Pascal-Emmanuel Gobry durft zelfs te stellen dat het christendom het kind zoals we dat nu kennen heeft uitgevonden. Het afdanken en doden van geboren kinderen werd dus afgezworen. Maar ook het ongeboren kind was gebaat bij de morele ‘revolutie’, doordat er steeds vaker inclusief werd gedacht over zijn of haar leven.

Vandaag de dag staat de morele waarde van kinderen nog altijd fier overeind in het Westen. Maar het ongeboren kind is sinds een halve eeuw opnieuw overgeleverd aan de grillen van de menselijke standaard. Niet toevallig zijn het ook nu vaak christenen die weigeren mee te gaan met de tijdgeest, omdat ze overtuigd zijn van een betere omgang met Gods creatie, hoe pril deze ook is.

Geloof én wetenschap
Gelukkig is deze tijd in bepaalde opzichten anders dan de Oudheid. Er is namelijk een nieuw handvat voor mensen die het ongeboren kind willen beschermen. De christen kán de beschermwaardigheid van ongeboren kinderen wel bepleiten vanuit zijn geloof – het is zelfs zijn sterkste wapen – maar het hoeft niet meer de enige weg te zijn. De combinatie van logica en wetenschap heeft een inhaalslag gemaakt: Gods waarheid dreunt door tot in feiten die zelfs de grootste atheïst niet kan ontkennen.

De grootste atheïst … en overtuigd pro life
De afgelopen decennia was Christopher Hitchens hét voorbeeld van een intellectuele atheïst met een antipathie tegen georganiseerde godsdienst. Met regelmaat debatteerde hij met christenen over de waanzin die hij dacht te zien in het geloof. Desondanks was hij ook overtuigd prolife. Hoe is zoiets mogelijk? Veel tegenstanders van de prolifebeweging houden immers stellig vast aan het beeld dat iedereen die prolife is in de Bijbelse God gelooft. ‘Prolifers’ zouden redeneren vanuit een kerkelijke dogmatiek die aan hen wordt opgedrongen door radicale pastors en dominees. Niets is minder waar. De prolifebeweging werkt wel samen met sommige kerken, maar binnen de brede kerkmuren wordt naar mijn mening veel te weinig aandacht gegeven aan de problematiek rondom ongewenste zwangerschappen.

Hitchens was niet alleen. De Amerikaanse organisatie Secular Pro Life concludeerde ooit dat er zeker zes miljoen niet-gelovige prolifers in de Verenigde Staten wonen. Ook in ons eigen land komen liberalen weleens puur op seculiere gronden bij een prolifevisie uit. Charlotte Lockefeer is daar een voorbeeld van. Dat gegeven dwingt de voorstander van abortus om af te stappen van frames van religieuze fanatici die wars zijn van wetenschap en logica.

Seculiere argumenten voor het leven
Waar baseren ongelovige prolifers zich dan op? In feite is hun argumentatie hetzelfde als die van prolifers mét een geloof, behalve dan het fundament van een Schepper die het leven geeft en neemt. Ze verwijzen bijvoorbeeld naar het feit dat uniek menselijk leven begint bij de bevruchting. Daarover is geen verschil van mening onder biologen. Dat ene feit trekt meteen een hele bak logica open. Het wordt dan bijvoorbeeld zinloos om vast te houden aan het idee dat abortus geen leven afbreekt. Daarnaast maakt het helder dat dit leven onderweg is naar het punt waarop iedereen het eens is over diens beschermwaardigheid. Waarom zouden we die reis mogen afkappen? Heeft niet ieder menselijk wezen een menselijke toekomst? Zo ja, dan is het nogal iets om dat af te nemen.

En zo heeft de wetenschap de afgelopen decennia nog meer parels opgeleverd. Vanaf de bevruchting ligt alles al vast in het DNA: de huid-, haar- en oogkleur bijvoorbeeld, maar ook het genetische deel van de karakterbepaling, de huidskleur, et cetera. Het staat volstrekt vast dat jij niet voortkwam uit een embryo. Nee, je was een embryo. Daarna werd je een foetus en toen een baby. Dit zijn slechts fases van menselijke ontwikkeling

Achterhaalde wetenschap
Tegelijkertijd heeft veel wetenschap waar voorstanders van abortusrechten soms nog steeds op leunen de toetsing van hun werkgebied niet overleefd. Denk bijvoorbeeld aan de recapitulatietheorie van Ernst Haeckel. Deze wetenschapper uit de tijd van Darwin schreeuwde van de daken dat hij wist hoe een ongeboren wezen zich ontwikkelt. Volgens hem ging de vrucht door alle fasen van de vermeende evolutie heen: eerst werd het een kikkervisje, dan een vis, dan een reptiel, later een aap en het eindstation was een mens.

Wees dus niet terughoudend als je seculiere argumenten wilt aanvoeren voor de beschermwaardigheid van ongeboren kinderen. Wetenschap én de daaruit voortkomende logische implicaties staan aan jouw kant!

Dit artikel van Chris Develing, Beleidsadviseur Onderzoek & Beleid bij NPV Zorg voor het Leven is met toestemming van www.npvzorg.nl overgenomen.