Soms lees ik politiek nieuws waarvan ik mij oprecht afvraag: hoe zijn we in Nederland hierbij terechtgekomen? Dat gevoel had ik toen ik las over het initiatief van PRO-Kamerlid Lisa Vliegenthart om abortus uit het Wetboek van Strafrecht te halen. Haar initiatiefvoorstel draagt de titel Abortus is zorg. Abortus moet volgens haar niet langer vanuit het strafrecht worden benaderd, maar als medische zorg worden gezien.
Ik rilde toen ik het las: ‘Abortus is zorg’.
Laat die drie woorden eens goed tot je doordringen.
Ik vind het nauwelijks te bevatten dat we op een punt zijn beland waarop politici het doelbewust beëindigen van ongeboren leven als ‘zorg’ classificeren. Wat zegt dit over ons mensbeeld? Wat zegt dit over de tijdsgeest? Wat zegt dit over de waarde die wij nog toekennen aan het meest kwetsbare leven dat er bestaat? Aan leven dat volkomen weerloos en afhankelijk is van anderen?
Achter een abortus gaat vaak een wereld van verdriet, van paniek en van totale radeloosheid schuil. Er zijn vrouwen die zwanger raken nadat ze verkracht zijn. Of vrouwen die binnen de familiekring slachtoffer worden van incest. Wat een onvoorstelbare tragedie. Tegelijkertijd blijkt uit internationaal onderzoek dat ongeveer 1 procent van de vrouwen verkrachting als reden voor hun abortus noemt en minder dan 0,5 procent aangeeft dat de zwangerschap het gevolg was van incest. De ernst van deze situaties neemt niet weg dat ook dan de vraag naar de beschermwaardigheid van het ongeboren leven blijft staan.
In zulke situaties moeten we er als christenen voor waken te gemakkelijk grote woorden te spreken. Vrouwen die klaarblijkelijk zo radeloos zijn dat ze geen andere optie zien dan abortus, hebben vooral ons gebed en onze hulp nodig. Dat is overigens iets anders dan de abortuspraktijk goedkeuren of daarmee instemmen.
Daarnaast veranderen zelfs de meest verschrikkelijke omstandigheden één werkelijkheid niet: in de moederschoot groeit menselijk leven, geschapen door God. Een ongeboren kindje heeft geen stem. Het kan niet demonstreren op het Malieveld. Het kan geen petitie beginnen. Het kan geen Kamerlid aanschrijven. Het kan niet vertellen dat het wil leven. Het is voor zijn bescherming volledig afhankelijk van anderen.
En juist dát leven wordt bij een abortus beëindigd.
Je kunt spreken over ‘zwangerschapsafbreking’. Je kunt abortus onderbrengen in de gezondheidszorg. Je kunt het woord ‘kind’ vermijden en spreken van een ‘vrucht’. Je kunt zelfs een wetsvoorstel Abortus is zorg noemen. Maar welke woorden je ook kiest, de werkelijkheid verandert niet: ongeboren leven wordt in de moederschoot beëindigd.
Juridisch gezien gaat het wetsvoorstel van Vliegenthart over de vraag of abortus in het Wetboek van Strafrecht thuishoort. Maar het voorstel beoogt meer dan alleen een ‘juridische verhuizing’. Volgens haar eigen toelichting moet iemand die voor abortus kiest kunnen rekenen op toegankelijke, veilige en zorgvuldige zorg. Vliegenthart zegt bovendien expliciet dat het uit het strafrecht halen van abortus belangrijk is om de toegang tot abortuszorg voor de toekomst te borgen.
Maar daaronder ligt voor mij een fundamentelere vraag: wat verstaan wij nog onder zorg? Is zorg niet bij uitstek gericht op het beschermen van kwetsbaar leven? Wanneer een kindje veel te vroeg geboren wordt, halen artsen alles uit de kast om het in leven te houden. Een couveuse, gespecialiseerde artsen, verpleegkundigen: alles wordt ingezet voor dat ene kwetsbare mensenleven. Terecht. Maar hoe kan het dan dat we het beëindigen van ongeboren leven óók ‘zorg’ noemen?
Vanuit de Bijbel kan en wil ik daar simpelweg niet in meegaan. De beschermwaardigheid van ongeboren leven behoort niet tot een categorie ‘waar je eventueel over van mening kunt verschillen’, maar verdient alle ernst en prioriteit. Het leven is van God. Ieder mens is Zijn schepsel. Klein of groot. Gezond of gehandicapt. Geboren of ongeboren. Daarom geloof ik dat we als samenleving door een morele ondergrens zakken wanneer we het beëindigen van ongeboren leven ‘zorg’ noemen. Dat betekent niet dat de vrouw geen zorg verdient. Integendeel.
Een vrouw die ongewenst zwanger raakt, heeft goede zorg nodig. Een meisje dat na verkrachting zwanger blijkt te zijn, heeft goede zorg nodig. Een moeder die tijdens haar zwangerschap geen uitweg meer ziet, heeft goede zorg nodig.
Tijdens het schrijven denk ik ook aan de kinderen wier leven door abortus al is beëindigd. Zij zijn niet aan Gods oog ontsnapt. Geen van hen was voor Hem onbekend. Wat voor ons verborgen is, mogen we in Gods handen leggen. De Schepper van hemel en aarde zal recht doen.
Maar die gedachte troost mij niet alleen. Ze maakt mij soms ook bevreesd. Want dezelfde God Die weet heeft van ieder ongeboren leven, ziet ook hoe wij met Zijn scheppingswerk omgaan. Wij kunnen wetten veranderen en onze terminologie aanpassen. Maar daarmee veranderen we Gods geboden niet. God komt terug op wat wij met Zijn Woord gedaan hebben. Zegt Hij niet: ‘Gij zult niet doden?’
Ik wil hiermee niet op Gods rechterstoel gaan zitten. Integendeel. Wel vraag ik me af of Nederland weleens beseft wat het doet. Hoe lang kunnen we het door God geschapen leven blijven afbreken zonder Zijn oordeel te vrezen? Wat voor oordeel trekt de samenleving over zich heen wanneer ze wil beschikken over leven dat zij zelf niet geschapen heeft, of het nu het ongeboren leven of het ‘voltooide’ leven betreft? Dat zijn vragen die mij geregeld in deze hele ‘discussie’ bezighouden.
Tegelijkertijd is de waarschuwing voor Gods oordeel niet het enige wat de kerk heeft te delen. Er is ook genade. Als de Heere Zelf zegt dat er genade is voor de allergrootste zondaren, dan is er ook vergeving mogelijk voor politici die abortus als ‘recht’ en als ‘zorg’ beschouwen. Niemand hoeft te denken dat zijn of haar zonde te groot is om van de Heere vergeving van zonden te ontvangen. Als gelovigen mogen we toch zelf ook iedere keer weer opnieuw tot die ontdekking komen!
Maar genade wordt goedkoop wanneer we niet meer durven spreken over datgene waarvoor we genade en vergeving nodig hebben. Onrecht moet aan de kaak gesteld blijven. Laten we blijven opkomen voor het kind zonder stem, voor het leven dat God schiep.
Mensen kunnen het ongeboren leven het zwijgen opleggen. We kunnen zelfs het beëindigen van zijn leven ‘zorg’ noemen of simpelweg ontkennen dat een kindje in de buik leven is. Maar het ongeboren leven is door God gekend, want het is door Hem geschapen. Ik moet in dit geval denken aan Psalm 139 vers 9 (berijmd), waar staat:
Gij hebt, wijl niets Uw oog weerhoudt,
Mijn ongevormden klomp beschouwd;
Ja Gij, wiens wijsheid nimmer faalt,
Hadt mijn geboortestond bepaald;
Eer iets van mij begon te leven,
Was alles in Uw boek geschreven.

Silvan Bruinstroop Cvandaag
Met toestemming overgenomen van CVandaag.nl


