‘Echokamers en filterbubbels[1]’ zo heet het rapport van het onderzoek dat Rutgers in samenwerking met Fiom in opdracht van het ministerie van WVS en gefinancierd door ons de belastingbetaler, gepubliceerd heeft afgelopen april. Het ironische ervan is echter dat het hele rapport doorspekt is van de eigen filterbubbel. Het eigen gezichtspunt wordt verheven tot de objectieve en ‘neutrale’ norm en wordt met welgevallige cijfers en onderzoeken onderbouwd in het notenapparaat. De onderzoekers maken zich zo schuldig aan wat ze in het onderzoek de ander laken.
Definities
Het probleem begint bij de basis. Het rapport is de samenvatting van een verkennend onderzoek naar zogenaamde online misinformatie over anticonceptie, onbedoelde zwangerschap en abortus in Nederland. Men heeft hiervoor literatuur bestudeerd, sociale media gevolgd (social listening) en experts geïnterviewd. Sleutelterm voor dit onderzoek is dus misinformatie. Deze centrale term wordt in een voetnoot gedefinieerd: ‘In dit onderzoek wordt de term misinformatie gebruikt als overkoepelende term voor alle misleidende of onjuiste informatie, ongeacht of deze doelbewust wordt verspreid (in dat geval wordt er ook wel gesproken over desinformatie).’ Wat echter deze misinformatie dan exact tot misinformatie maakt en waarom, blijft onbenoemd. Er wordt niet gestaafd, uitgelegd of gedefinieerd waarom het misleidend of onjuist zou zijn en daar zit het probleem.
Het eigen (on)gelijk
Zo wordt gelijk aan het begin van het rapport de bewering dat de abortuspil gevaarlijk is, als voorbeeld van onjuiste en misleidende informatie genoemd. Maar is dat zo? Bij een abortus via pillen kan er weefsel achterblijven in de baarmoeder. Dit kan leiden tot infectie en dat kan onbehandeld gevaarlijk zijn. Alleen al in de VS zijn tientallen vrouwen gestorven aan sepsis (bloedvergiftiging) als gevolg van een bacteriële infectie van de baarmoeder na het nemen van deze pillen. Ook extreem bloedverlies is een risico. In dat geval moet er een acute opname en operatie plaatsvinden. Bij ernstige gevallen zelfs een bloedtransfusie. Bij een buitenbaarmoederlijke zwangerschap kan een eileider scheuren als er niets gebeurt. De vrouw die tabletten neemt meent dat de abortus is gelukt, maar omdat het kindje niet in de baarmoeder zit, is dat niet het geval. Als dat verder groeit barst de eileider en is een levensbedreigende interne bloeding het gevolg. Juist in een land als Nederland waar je via bijvoorbeeld thuisabortus.nl pillen voor een abortus kunt aanvragen zonder arts te zien en/of een echo te hebben gehad om dit vast te stellen, is dit een reëel risico. In dat geval moet er een spoedoperatie plaatsvinden en de eileider verwijderd worden. Deze risico’s maken dat je niet kunt zeggen dat een abortuspil ongevaarlijk is. Beweren dat het tegendeel claimen misinformatie is, is dus zelf misinformatie.
Dan wordt er beweerd dat de berichtgeving in de media ertoe leidt dat het beeld ontstaat dat abortus controversieel is in de samenleving, terwijl dat niet zo is. Maar ook hier wordt voorbijgegaan aan de werkelijkheid. Er is wel degelijk controverse over abortus, want er zijn naast voorstanders nu eenmaal ook tegenstanders in Nederland. Dat volgens een onderzoek waar het rapport zich op beroept, het merendeel van de Nederlandse bevolking de praktijk van abortus steunt, wil niet zeggen dat iedereen het erover eens is. Een gerenommeerde politieke partij als SGP bijvoorbeeld, maar ook individuele Kamerleden als Gideon van Meijeren zijn openlijk pro-life en tegen abortus. Zij verzetten zich actief tegen abortus en voorstellen tot verruimingen daaromtrent. De media verwijten dat zij deze controverse uitvergroten door hier aandacht aan te geven, is onterecht. Media rapporteren wat er leeft en dat is ook het geval wanneer dat onwelgevallig is voor de pro-abortus beweging. We leven immers in een democratie en niet in een dictatuur en dus mag de stem van de minderheid evenzo klinken als de meerderheid. Het beeld is het beeld. Sterker nog, veel media geven eerder te weinig aandacht aan argumenten tegen abortus. Ze framen veeleer bezwaren in een negatief licht om die vervolgens zogenaamd aan de kaak te stellen.
Daarnaast maakt het rapport zichzelf schuldig aan het bagatelliseren van zaken, wat je net zo goed als misinformatie kan omschrijven. Zo staat er dat abortus na 20 weken (in Nederland mag je tot 24 weken een kindje aborteren) en bij foetale afwijkingen, tot de uitzonderlijke gevallen behoort. Dat is een misleidende frasering, want hoewel het niet de meerderheid is van alle abortussen in Nederland, is het niet uitzonderlijk. Er vinden jaarlijks zo’n 600 tot 700 abortussen plaats op kinderen ouder dan 20 weken. Dat zijn ongeveer 12 kinderen per week! Dat lijkt me verre van uitzonderlijk. Bij foetale afwijkingen ligt dit getal nog hoger. Hierbij gaat het naar schatting om 2400 tot 2700 abortussen per jaar, wat neerkomt op ongeveer 50 abortussen per week.
Een citaat uit het rapport: ‘…door het gebruik van sterk uitvergrote afbeeldingen van embryo’s en foetussen, en door emotioneel geladen termen zoals ‘ongeboren leven’ en ‘kind’ ontstaat een vertekend beeld van een abortus…’ Maar is dat zo? Alles wat genoemd wordt in deze zin is feitelijk waar en geen leugen. Hier is geen sprake van misinformatie en al helemaal niet van desinformatie. Een kindje is een kindje biologisch gezien, ook in de buik van de moeder. Het is een mens, met menselijk DNA. Het is dus een mensenkind. Termen als foetus en embryo geven enkel fasen van de ontwikkeling van een mensenkind aan. Zo betekent de term foetus ‘nakomeling’. Ook een kindje van 38 weken is tot het is geboren een foetus. De term geeft een ontwikkelingsfase weer, zoals je ook peuter en kleuter kunt zijn, maar in al die fasen is er absoluut sprake van een mens. De afbeeldingen die getoond worden zijn ook feitelijk juist of ze nu vergroot worden of niet: het zijn afbeeldingen van hoe een kindje in de schoot van de moeder eruitziet. En het kind is een ongeboren leven, ook daar is niets misleidend aan; het kindje leeft immers ongeboren in de buik van de moeder. Niks geen vertekend beeld.
Taalgebruik als ‘klompje cellen’ voor het ongeboren kind, zoals de pro-abortus beweging bijvoorbeeld doet, is wel misleidend. Deze terminologie wordt gebruikt om het menselijke van het kindje te ontmenselijken. Taal wordt zo een wapen om de praktijk van het doden van mensenkinderen in de schoot van de moeder te rechtvaardigen, want als het geen mens is maar slechts ‘een klompje cellen’ dan kun je ermee doen wat je wilt. Wat maakt het dan uit?
Tot slot klinkt het verwijt dat de pro-life organisaties ‘onjuiste of overdreven risico’s’ benoemen als het aankomt op abortus en ook dat zou misinformatie zijn. Men verwijst hierbij naar psychische klachten en abortusspijt. Daar zou in de wetenschappelijke literatuur geen aanwijzing voor worden gevonden, maar dit is selectief lezen, want die aanwijzingen zijn er wel in diverse andere onderzoeken. Er zijn in Nederland zelfs tientallen mensen opgeleid om vrouwen na een abortus te begeleiden in verband met psycho-emotionele problemen. Dit negeren duidt op de aanwezigheid van een eigen filterbubbel waar de onderzoeksters nu juist voor waarschuwen.
Echokamers
Het was eerlijker geweest als het rapport had erkend dat iedereen tot op zekere hoogte vanuit zijn of haar echokamer en filterbubbel leeft en kijkt en dat ook dit onderzoek daarom zeer gekleurd is. Als onder het kopje ‘Effectieve strategieën en interventies’ gepleit wordt voor samenwerking met belangenbehartigers, dan is dat een overduidelijke bevestiging daarvan. Het woord belangenbehartigers betekent in zichzelf immers dat men niet neutraal is. Men heeft belangen die men wil behartigen, en die gaan bij Rutgers en Fiom uit naar het pro-abortus standpunt.
Vertrouwen in instituten en gekleurde hulp
In dit licht is ook de opmerking dat misinformatie vertrouwen ondermijnt in instituten als overheden, media, wetenschap en medische professionals, doorzichtig als onderdeel van die echokamer. Ik durf de stelling aan dat niet misinformatie het vertrouwen ondermijnt in instituten, maar dat deze zogenaamde instituten dit vertrouwen zelf ondermijnen door onder de pretentie van neutraliteit en objectiviteit een gekleurd standpunt als waarheid aan mensen te verkopen. Daar zijn inmiddels voorbeelden te over van en het publiek trapt er niet meer in. Dat is niet omdat er misinformatie is, maar omdat ze vaak genoeg bedrogen zijn en het simpelweg niet meer geloven wat de instituten hen voorhouden. Wat alternatieve informatiebronnen bieden is daarmee het broodnodige tegenwicht dat al veel te lang ontbroken heeft.
Het verwijt van de onderzoekers betreffende zogenaamde gekleurde hulpverlening vanuit pro-life organisaties als de vereniging Kies Leven, is dan ook onzinnig. Elke vorm van hulpverlening is gekleurd door de visie en de uitgangspunten van de hulpverlener. Daar is niets mis mee en dat hoeft ook niet te worden ontkend. Dit wegzetten als misinformatie of misleiding is schadelijk in een open en vrij democratisch land met vrijheid van meningsuiting als Nederland. Wees er maar helder over.
Dat hadden Rutgers en Fiom in dit rapport ook moeten doen. Dan was iets dat zo gekleurd is niet zo misleidend gebracht als neutraal en objectief. Laten we niet vergeten dat de belastingbetaler dit rapport en het bijbehorende onderzoek gefinancierd heeft en onze overheid als ‘betrouwbaar instituut’, de opdracht hiervoor gaf. Juist aan deze organisaties Rutgers en Fiom die in zichzelf niet neutraal zijn. Dat diskwalificeert dit rapport over misinformatie. Het ondermijnt het vertrouwen. Sterker nog, het is in zichzelf misinformatie.
Roelof Ham
[1] NIEUW Publieksversie Samenvatting echokamers en filterbubbels



